Hoe meer kennis je zoekt, hoe meer je ondervindt dat deze wereld een omgekeerde versie van zichzelf is (geworden). De kennis van onze verre voorouders – veel meer gericht op waarheidsvinding – is veelal verborgen in het occulte (occult =verborgen) en vereist een actieve zoektocht naar de oorspronkelijke betekenis. Verschillende mind control technieken – belangrijk want de mind control piekt in deze tijd met als direct gevolg een dieptepunt in ons collectieve bewustzijn – versluieren en fragmenteren de kennis nog meer met opzet.
Dit is geaccumuleerd tot de huidige situatie waarin datgene dat niet waar is wordt verkocht en -erger nog- wordt omarmd als waarheid. En omgekeerd. Oorspronkelijkheid wordt niet meer herkend. En zeker niet meer gezocht. Zoals eenieder bij het horen van het woord “occult” meteen associaties heeft met black magic, rituelen bij volle maan en bloedoffers. Je hebt in het occulte, net als binnen elke andere religie, wel degelijk perverse satanische rituelen. De ware aard van het occulte was een totaal andere.
Wat weten we van onze roots? Pythagoras leren we alleen kennen door zijn wiskundige stelling. Pythagoras heeft die stelling meegebracht uit Egypte (daar al duizenden jaren bekend en toegepast) naar Griekenland vanwaar het zich heeft verspreid als ‘de stelling van Pythagoras’. Hij zou als eerste de stelling ook bewezen hebben. De Grote Piramide van Gizeh zit vol met uiterst nauwkeurige toepassingen van deze ‘stelling van Pythagoras’ en die piramide stond er toch echt al toe hij afreisde naar Egypte.
Mnesarchus en Parthenis, de ouders van Pythagoras, dreven handel en op zakenreis in Delphi moet het verleidelijk zijn geweest om het Orakel daar te raadplegen. En wat bleek: Parthenis zou in verwachting zijn van een zoon die eenieder zou overtreffen in schoonheid en wijsheid en een positieve impuls zou geven aan het menselijk bewustzijn. Bij leven werd Pythagoras, die zich inderdaad ontwikkelde tot een ongekend geleerd man met een Goddelijk lichaam en dito uitstraling, al de zoon van God genoemd. Zijn aanwezigheid alleen al riep adoratie op. Een positief woord van hem zorgde voor extase; een lichte irritatie van de meester over één van zijn leerlingen leidde tot diens zelfmoord. Pythagoras werd 6 eeuwen voor de historische Jezus geboren.
In zeer oude tijden leefden we in gezamenlijke harmonie met Al-dat-is, de natuurlijke of kosmische wetten. Eén met de natuur zeggen we nu. Dat dekt de lading overigens niet helemaal. Het was zaak de sleutel tot het begrijpen en manifesteren van Al-dat-is te verbergen omdat de wereld corrumpeerde (corrumperen = vernietigen, bederven, omkopen). Toegang tot de sleutels van het universum konden voor goed en kwaad worden ingezet. In de oude Mysterie Scholen werd deze occulte kennis onderwezen en ervaren.
Pythagoras bezocht veel mystieke scholen. Hij reisde met rabbi’s om te leren over de geheime tradities van Mozes. De Essenen werden bezocht. In Phoenicië zat hij aan bij de Mysteriën van Adonis. Hij werd na lang aandringen van zijn kant onderwezen in de Mysteriën van Isis door de priesters van Thebe (Egypte). Hij verbleef hier 22 jaar. Bepaald geen avondcursus. In die tijd werd Egypte onderworpen door Perzië. Pythagoras werd eerst opgesloten en later naar Babylon gezonden. Hier werd hij gedurende 12 jaar geïnitieerd in de Chaldese Mysteriën bij de Magi. Daarna ging de reis naar India waar hij leerling werd van de Brahmins. Boeddha – een tijdgenoot van Pythagoras – was daar van grote invloed. Het is niet bekend of ze elkaar ooit ontmoet hebben. Het schijnt dat in de geschreven annalen van de Brahmins, Pythagoras nog vermeld staat als leraar.
Bij terugkeer naar Griekenland is hij waarschijnlijk geïnitieerd in de Mysteriën van Eleusis, een toen zeer populaire lering waar de Grote Grieken der Aarde zich graag mee identificeerden.
Deze man heeft dus zo’n beetje alle belangrijke Westerse en Oosterse mystieke universiteiten aangedaan en besloot zijn eigen filosofie school op te richten. Hij had de tijd. Hij schijnt 100 jaar te zijn geworden. Pythagoras zou de eerste zijn geweest die de wijsbegeerte/filosofie herbenoemde. Voor die tijd noemde de wijze mannen zich Sagen: zij die weten. Pythagoras was meer bescheiden en definieerde de filosoof als iemand die probeert te begrijpen.
De God van Pythagoras was de Monad, Al-dat-is. Aanwezig in alle elementen van het universum, Oorzaak der dingen, Intelligentie der dingen, Kracht in alle dingen, Numeriek in alles. God was licht en waarheid. Gezien het voortdurende samenspel tussen God en Mens, werkte Pythagoras dankbaar de stellingen van de Monad uit binnen de wiskunde, astronomie en muziek, volgens hem de fundamenten van kunst en wetenschap, en had daarmee een sterke invloed op de latere scholen van Plato en Aristoteles en nog later de Middeleeuwse Universiteiten. Het therapeutisch effect van het gebruik van kleur en muziek werd door hem (her)ontdekt. Hij schreef composities om het helende effect over te brengen op zieken. Reïncarnatie in verschillende sferen was een belangrijk aspect van zijn leringen. Sterren waren levende entiteiten, net als planeten. En dit is nog maar de ultrakorte lezing van al zijn bijdragen.
Een homo universalis. Aristoteles wordt wel eens genoemd als de eerste in zijn soort. Gezien de invloed van Pythagoras en diens indrukwekkende staat van studie en het ervaren van zijn leringen, zoals originele mysterie scholen voorschrijven, zou die titel eerder naar Pythagoras mogen gaan.
Wij kennen hem van een stelling die niet eens van hem is. De rest is opzettelijk niet verteld. Versluierd. Verduistering of obfuscation heet dat. Een zeer krachtig mind control middel. Het leidt tot leegte.
Bron: The secret teachings of all ages, Manly P. Hall.

Geef een reactie