Nicolaas Flamel werd circa 1330 geboren en werkte in Parijs. Als kopiist had hij toegang tot zeldzame boeken. Hij raakte gefascineerd door pagina’s vol alchemie en hermetisme die aan zijn ogen voorbij flitsten. Volgens eigen zeggen stuitte hij rond 1360 op een alchemistische tekst die zijn leven zou veranderen.
Hermetisme is de basis voor mathematica, astronomie, filosofie, wetenschap, religie, geneeskunde en magie. In alchemie tracht men via deze kennis de waarheid over zelf te herstellen om zo de steen der wijzen te verkrijgen. Met deze steen kan alles in goud worden getransmuteerd, spiritueel en fysiek. Vanwege dat laatste wordt het ook wel gezien als de voorloper van de moderne chemie.
Terug naar Flamel en zijn bizondere werk. Elke 7de pagina van het werk bevatte illustraties van een specifiek alchemistische handeling. Reprodukties van dit werk zijn door veel navolgers bestudeerd. Aangezien de tekst Hebreeuws was (hoewel volgens Flamel Latijns) kon Flamel het pas tot zich nemen toen iemand het voor hem vertaalde. Flamel toog meteen aan de slag en hij voerde op 17 januari 1382 zijn eerste alchemistische transmutatie uit. Hij maakte goud!
Verhálen te over wat betreft Monsieur Flamel. Tot een vriendschap met Blanche d’Evreux, dochter van de koning van Navarre en later koningin van Frankrijk, aan toe. Hij was succesvol in zijn métier, trouwde een rijke weduwe en goud of niet, aan het eind van zijn leven bezat hij in Parijs alleen al meer dan 30 huizen en percelen. Hij stichtte ziekenhuizen, kerken en kapellen in Parijs en Boulogne. Wat ook de waarheid moge zijn, dit en zijn publicaties over zijn vermeende succesvolle transmutaties maakte hem tot een legendarisch figuur voor prominente figuren zoals Sir Isaac Newton (1643-1727). Newton bestudeerde het werk van Flamel, maakte er uitvoerig notities bij en kopieerde het handmatig.
Alchemie kwam in de 12de eeuw pas op in Europa. Alle prominente aanhangers van middeleeuwse magie, hermetisme en alchemie waren óf geestelijken óf stonden onder bescherming van geestelijken. Hiermee behield de kerk het monopolie op deze kennis en wijsheid. Toegang was er verder alleen voor de protegés van een hof zoals de auteurs van een aantal graalromans of mensen van statuur met een onberispelijke reputatie.
Zoals Newton. Sir Isaac Newton. Bij leven een legende. Waar kennen we Newton hoofzakelijk van? We kennen hem als de grondlegger van de moderne wetenschap. Van zwaartekracht en elliptische banen van planeten rond de zon. Wetenschapper dus. Net als Pythagoras. Wetenschap is de slogan en de rest dienen we te vergeten. Wat is dan de werkelijke overeenkomst tussen Pythagoras en Newton behalve dat ze bij het grote publiek bekend staan om hun wetenschappelijke bijdrage in mathematica en fysica?
Net als Pythagoras beschouwde Newton zichzelf meer als een breed-georienteerd filosoof: liefhebber van de wijsheid. Met een sterk hermetische oriëntatie. Wetenschap – dat deel dat hem beroemd maakte – noemde hij natuurfilosofie en vormde in zijn ogen een veel minder belangrijk aspect van zijn werk. Zijn wetenschappelijke werken over wiskunde, astronomie en optica worden alleen in omvang al overtroffen door zijn analyses over alchemie, profetieën, theologische overpeinzingen, onderzoek naar de architectuur van de tempel van Solomon en een stamboom onderzoek naar de koningen van Israël. Wetenschap was belangrijk echter om alleen daar op te focussen zou een verminking van de waarheid met zich meebrengen en daarmee dus moreel onjuist zijn. Duidelijke taal.
Was Newton een breed denker, zijn opvolgers waren meer van het toen sterk opkomende redeneren: feiten, analyse, methodologie, meten. Ze trachtten na zijn dood het werk dat volgens hen niet voldeed aan deze nieuwe wetenschappelijke norm te verdoezelen. Het werd ongeschikt voor publicatie verklaard en verborgen: occultare!
Pas in 1936 ontdeden de erfgenamen van Newton zich op een veiling bij Sotheby’s van deze stukken over alchemie en hermetisme. John Maynard Keynes – de Britse grondlegger van de Keynesiaanse economie – was de eerste die reageerde: Newton was niet de eerste van het Tijdperk van de Rede, maar de laatste der Magiërs.
In 2015 verscheen het boek ‘The Last Sorcerer’ van Michael White, geheel gewijd aan dit onderwerp. Hoe zijn nalatenschap werd verminkt door zijn opvolgers, leerlingen en rivalen. Hoe hij model zou hebben gestaan voor het Tijdperk van de Rede. Door hermetisten daarom gezien werd als afvallige van de hogere waarheid, verblind door een misplaatst vertrouwen in zijn eigen arrogante intellect. Door de leugens over Newton kon de wetenschap – en daarmee ook de Westerse beschaving – ongehinderd verder galopperen richting rationalisme, rede, empirisch materialisme. Met weinig tot geen ruimte voor zaken van het hart. Alles in het hoofd. Een fantasieloze religie.
Het wordt tijd dat de Magiërs van weleer weer opstaan.
Sluit ik af met de eerste alinea van White’s werk over Sir Isaac Newton. Omdat sommigen nu eenmaal met taal kunnen verleiden tot lezen en eigen onderzoek:
“According to a list of the most influential people in history, The 100, Isaac Newton ranks number 2 – after Muhammad and ahead of Jesus Christ. This position is justified by his unparalleled contributions to science – principles that have moulded the modern world. Yet Newton was not the man that history has claimed him to be. More than any other scientist in history, Newton’s image has been protected by his disciples and by generations of biographers who have produced inaccurate and sometimes totally false accounts of his life. Not until the 1930s did the real Isaac Newton begin to emerge from the mists of history into the light of critical analysis. Amazingly, it has taken since then to shrug off the final deceits of those who wished to perpetuate the myth that Newton was in some way omnipotent, beyond the baser mundanities of human existence; that he was the pure, distilled essence of scientific inquiry – genius unsullied”.
Bronnen: Het elixer en de steen: de wereld van magische, occulte en onbekende krachten; M. Baigent en R. Leigh. The last sorcerer; M. White.







