Velen vragen zich terecht af waar Hitler opeens vandaan kwam. Een mislukte kunstenaar die in relatief korte tijd de wereldmacht greep. Er is veel te zeggen voor een vermeende betrokkenheid van de zeer machtige Rothschild familie, mede-oprichters van de Illuminati. Hitler zou zelfs een directe nakomeling zijn van deze Joods-Duitse familie.
Hans Frank, Hitler’s persoonlijke advocaat schreef een statement waarin vermeld dat Hitler een dreigement had ontvangen van Patrick Hitler, de zoon van zijn halfbroer Alois. Deze neef verklaarde dat Hitler de familie historie vooral niet publiekelijk moest maken. Dit zou mogelijk verwijzen naar Hitler’s vermeende Joodse komaf. Frank ontdekte – op gelastte van Hitler een onderzoek startend- dat Hitler’s grootmoeder, Anna Schicklgruber, als meid werkte bij een rijke familie van Joodse bankiers: de Rothschild’s.
In het boek The Secret Wartime Report: The Mind of Adolf Hitler (New York 1972) laat schrijver Walter Lange opmerkelijke zaken optekenen. Lange’s boek is gebaseerd op een geheim rapport van de American Office of Strategic Service (OSS): in 1934 verordonneerde de Oostenrijkse minister Dolfuss de politie een onderzoek te starten naar Hitler’s achtergrond. Deze ontdekten dat Maria Anna Schicklgruber inderdaad had gewerkt als meid in de familie van Baron van Rothschild. In 1837 werd ze zwanger en door de Rothschild’s naar een ziekenhuis in haar geboorteplaats Strones gestuurd. Nadat Hitler in maart 1938 Oostenrijk annexeerde, werd de naam van de bankiers familie veranderd in die van Frankenberger. Toen men verder geen informatie kon vinden ten aanzien van Frankenberger werd het onderzoek gestaakt.
Anna Schicklgruber kreeg een zoon die ze Alois noemde. De vader is onbekend omdat de moeder die niet wilde geven. De 19 jaar oude zoon van dit gezin zou de vader zijn hoewel vele bronnen melden dat eerder diens vader Baron van Rothschild uit Wenen de vader zou zijn. Tussen 1837 en 1851 ontving Anna alimentatie van de Rothschild’s. Later trouwde ze de molenaar Johann Georg Hiedler. Door een foutje bij de aangifte werd deze naam verdraait naar “Hitler”. Adolf Hitler’s vader trouwde in totaal driemaal waaronder met Adolf’s moeder Klara Pölzl. Nadat zijn moeder overleed in 1907 vertrok hij met weinig geld naar Wenen waar het spoor verdwijnt om weer boven te komen nadat hem in oktober 1908 de toegang werd geweigerd aan de Kunstacademie en School van Architectuur.
Hij verbleef in Wenen in een Joods opvanghuis voor mannen. De meeste van zijn vrienden waren Joods, zoals zijn vriend Reinhold Hanisch. Hanisch heeft altijd volgehouden en geschreven dat Hitler in die tijd totaal geen haat tegen Joden vertoonde. Hanisch plaagde hem zelfs vaak met zijn Joodse uiterlijk: “Hitler at that time looked very Jewish, so that I often joked with him that he must be of Jewish blood, since such a large beard rarely grows on a Christian’s chin. Also he had big feet, as a desert wanderer must have.”
Hoe heeft hij de 10 Weense maanden dat hij niet traceerbaar was overleefd met zo weinig geld en – voor zover bekend – zonder werk?
De geschiedenis loopt scheef als we teruggaan naar het overlijden van zijn moeder. Daar waar de officiële overlijdensakte december 1907 aangeeft, spreken de geschiedenisboeken van december 1908 waarbij Hitler vermoedelijk niet 10 maanden in Wenen rondzwierf, maar gezellig bij moeder thuis zou zijn. Waarom is hier mee geknoeid? Het blijkt dat Hitler’s Joodse grootouders – die destijds nog in Wenen woonden- hem in huis hebben genomen. Een hypothese. Jeugdvriend Hanisch’s boek verhaalt dat Hitler met weinig inspanningen en zijn beperkte talent best in zijn onderhoud had kunnen voorzien, maar dat niet deed. Hanisch vermeldt dat hij met Hitler op zoek ging naar een welgestelde Jood waarvan Hitler zei dat het zijn vader of grootvader zou zijn. Dat is plausibel en werd onder de pet gehouden door Hitler die zei in 1930: “Niemand mag weten waar ik vandaan kom en wat mijn familie geschiedenis is”.
Tevens vertelde hij: “My grandfather is not a Jew. My grandmother was very poor and she lied to the Jew, for whom she worked. She told him that he was the father of my father. The Jew had enough money, so she made him pay for my father.“
Op 2 december 1936 beval Hitler tot de arrestatie van zijn vriend Reinhold Hanisch. Officieel stierf Hanisch aan een hartaanval in de Weense gevangenis op 4 februari 1937. In 1938 liet hij zijn vaders geboortedorp met de grond gelijkmaken. Kort na de oorlog verscheen er een artikel in het blad Neues Deutschland van de hand van een zekere Müller dat Hitler hem had opgedragen een biografie te schrijven over de Führer. Tijdens zijn onderzoek was ook Müller gestuit op bewijs dat Hitler een directe afstammeling zou kunnen zijn van de Rothschild’s. Hitler verbood hem echter dit op te nemen in de biografie.
Waar of niet: je zult constant bronnen vinden die elkaar op dit punt tegenspreken. Wel lijkt het zeer aannemelijk dat zijn grootmoeder een zakelijke connectie had met Baron van Rothschild. Voor mij is de pointe dat werkelijk niets in de geschiedenis toeval is. Alles is voorgekookt. Niets gebeurt zomaar omdat de sterren dat jaar in conjunctie stonden met Saturnus en de lente laat doorbrak. De Masters of Puppets schuiven bij voortduring hun chantabele slaven naar het front om het vuile werk op te knappen. In ruil voor roem. Adolf stond waarschijnlijk al langer op de radar, was chantabel en familiair.
Het is bekend dat het regime van de Nazi’s door Geallieerde partijen werd gefinancierd. Zijn grote tegenstander in dit spel – Winston Churchill – werd ook financieel vertroeteld door dezelfde sponsors.
Zoals we eerder zagen, ware macht is zogenaamde opponenten opleiden, volledig controleren, het toneel op schuiven, de lichten aan doen, en ze vervolgens tegen elkaar laten vechten en zo lang mogelijk in het spel houden. Wie er uiteindelijk wint maakt dan niet uit. Het publiek wordt vermaakt.
Ciao
Tot de volgende
Bronnen:
Walter C. Lange, The Secret Wartime Report: The Mind of Adolf Hitler, New York 1972, 132. Reinhold Hanisch, “I was Hitler’s Buddy” in The New Republic of April 5, 1939, 240.
Christian Graf von Krockow: Hitler und seine Deutschen, Munich 2001, 33.
Hans Frank, Im Angesicht des Galgen, Gräfelfing 1953, 331.
Geef een reactie