Het grote kosmisch jaar – ook wel de precessie van de equinoxen genoemd – is een fenomenaal belangrijk aspect in culturen, religies en mythische verhalen van weleer. Ons astronomisch jaar wordt onderverdeeld in 12 dierenriemtekens die we allemaal kennen. Dierenriem ofwel zodiac. We gebruiken deze zelfde dierenriemtekens in het grote kosmische jaar, in omgekeerde volgorde en elk dierenriemteken “duurt” niet een maand maar ongeveer 2.100 jaar.
Het grote kosmische jaar is de tijd die de aarde nodig heeft om een hele ronde om haar as te draaien. De aarde wiebelt een beetje om haar as. Gelijk een tol die je rond laat spinnen.

De dag van de start van de astronomische lente – 21 maart in onze kalender – dient als referentiepunt. Dit is de lente equinox. Equinox verwijst naar gelijke verdeling: de dag bestaat uit evenveel zonuren als niet-zonuren, kortom de hoeveelheid licht en duisternis is gelijk. Evenzo heb je de herfst equinox. In de zomer en winter heet het solstitium waarbij je respectievelijk de meeste uren – en de minste uren zon op je afgevuurd krijgt.
Op de dag van de lente equinox komt de zon momenteel op bij dageraad met op de achtergrond het sterrenbeeld Vissen. De zon komt dus op in het huis van Vissen. Gedurende het astronomische jaar verandert dat elke maand. Zo maakt de zon gedurende het jaar een reis door alle 12 huizen van de Zodiac.
Kijkend naar de lente equinox, kwam de zon de afgelopen 2.100 jaar op in het huis van Vissen en is het nu verschoven naar het huis van Waterman. De dierenriem loopt tegen de klok in. De tijd van Waterman is aangebroken: the age of Aquarius. Was het afgelopen 2.100 jaar Vissen, de 2.100 daarvóór stond alles letterlijk in het teken van Ram. Daarvóór Stier. Veel culten vóór het Christendom stonden dan ook heftig de ram te vereren. Of daarvoor dus de stier. Meteen heilig verklaard. Feitelijk is het een verwijzing naar het feit dat de zon in die periode opkomt, op de lente equinox – een belangrijke feestdag – , in het huis van het desbetreffende dierenriemteken. Het Christendom kwam op in de tijd van Vissen. Daarom wordt het vissensymbool gebruikt, heeft de paus een mijter in de vorm van een vissenbek en spreekt de Bijbel oneindig over vissen en vissers. Het zijn astronomische tijdsaanduidingen. Religies zijn esoterische (aan de binnenkant, verscholen) astronomische verhalen. Exoterisch – aan de buitenkant – opgesmukt om het volk af te leiden.
Een draaiing rond de as duurt 12 x 2.100 jaar, ongeveer 25.000 tot 26.000 jaar voordat de aanblik op de hemel op de lente equinox weer terug bij af is. Om van daaruit weer opnieuw te starten. Het is een eeuwig tijdspendulum. De Egyptenaren bouwden hun piramides en de grote Sphinx in de richting van de opkomst van de zon aan de horizon (Horus zone) en gaven daarmee een exacte tijdsduiding wanneer deze gebouwen werden geplaatst. Voor het nageslacht. Hun kennis van de precessie van de equinoxen, het cyclische gebeuren ervan, is fenomenaal. De Egyptenaren tuurden elke nacht de hemel af. Het moet hen wel zijn opgevallen. De hele cultus was gericht op de sterren. Het waren astronomen ten voeten uit. Wel knap dat ze wisten dat het diende als een hemelse klok. Dat kan alleen maar gelden als ze hebben geweten dat het een cyclus is. Zoals de wijzers van de klok ronddraaien en weer bij een begin uitkomen. Een draaiing van maar liefst 25.000 jaar. Zolang heeft de dynastie van Egypte niet bestaan. Ze moeten hun kennis overgeleverd hebben gekregen van eerdere beschavingen. Vaak wordt daar Atlantis voor aangewezen. Ik geloof dat daar een kern van waarheid in zit.
De Maya’s – die ook in contact stonden met het antieke Atlantis – verdeelden het grote kosmische jaar in 5 fasen van elk ongeveer 5.100 jaar. Zij baseerden tijd niet op de fysieke verschuiving van hemelse objecten maar op de evolutie van bewustzijn. De 5 cycli verwezen naar water, vuur, aarde, lucht en ether. De 5 componenten waarmee de alchemisten graag werken. We zullen van dit alles nog meer gaan horen.
Geef een reactie