Da Vinci begreep dat het Christendom een zonnecultus is met een diepere laag over Zelf. Da Vinci wordt gelinkt als ingewijde aan alle antieke occulte genootschappen. Hij was degene die wist. Vertellen kon hij het niet. Daar stond de doodstraf op. Dankzij de manische gekken van de Katholieke Kerk. De waarheid moest verborgen worden, vol in de openbaarheid. Een gedurfde maar briljante zet.

In zijn laatste avondmaal wordt Jezus (de zon, de zoon) door da Vinci omringd door 4 groepjes van 3 discipelen (maanden/seizoenen): de volgelingen van de Zon. Links start de winter aan de donkere zijde en rechts bevindt zich de zomer.
“Voor hen die ogen hebben om te zien en oren om te horen” fluistert Da Vinci met zijn penseelstreken.
Zoom je in op Jezus – de redder of het licht in deze wereld, de waarheid – dan zie je een donkere, chaotische wereld. Alle discipelen zitten te bakkeleien, hoogstwaarschijnlijk hun eigen gelijk te beargumenteren. Jezus is het rustpunt in hun midden. Dit gaat over de menselijke toestand in deze wereld.
Achter Jezus zie je een uitweg. Dóór hem is de weg naar buiten, weg uit deze chaos. Middels het Christus bewustzijn. Christus bewustzijn is je realiseren dat het egoïsme afgezworen mag worden waarmee de gehele Satanische (ikke, ikke, ikke) agenda al direct bij punt 1 omver kiepert.
Je spirituele “geld” is aandacht, zorg, attentie. Goed doen voor zelf en anderen. Goed en slecht liggen daarin besloten en vast. Zijn niet onderhandelbaar. Al datgene wat jou en anderen goed doet, is goed. Al datgene wat slecht is of voor jou of voor anderen, dat is slecht. Zo simpel is het.
Geef een reactie