Egypte heette dus ooit Khem. Wat “zwart land” betekent. Vermoedelijk vernoemd naar het donkere, vruchtbare slib dat wordt achtergelaten door de Nijl na een overstroming. Dit slib of modder is letterlijk de levenskracht van het oude Khem. Wat niet anders dan zeer gewaardeerd moet zijn geweest. De bewoners van Khem waren de Khemetianen. Hun soort van goden heetten de Netjer. We bespraken dit eerder: de Neter. Waar ons woord “natuur” van is afgeleid. De Neter werden niet gezien als Goden destijds. Niet zoals religie dat tegenwoordig inkleedt. De Netjer werden meer gezien als astronauten die kennis en technologie meebrachten van elders en deelden met de Kehmetianen. De oude Sumeriers noemden hen “The Watchers.”
Er is buitensporig veel bewijs dat de dynastieke of faronische Egyptenaren (startend met de veronderstelde eerste farao Narmer of Menes zo omstreeks 3100 BC) volledig werden overtroffen in architectuur, kunst en metaalbewerking door een volk dat ver voor hen daar geleefd heeft. Dit zijn vermoedelijk die Khemetianen. De faronische Egyptenaren gaven zelf al aan destijds dat zij hun kennis aangereikt hadden gekregen en verwezen onder andere naar Sumerie. Daar waar onze geschreven geschiedenis begon zo’n duizend jaar voor het verschijnen van farao Menes. De farao’s lieten ook graag teksten na.
Vele hieroglief teksten die zijn aangetroffen op zeer hoogwaardige bouwwerken zijn echter later aangebracht en van een veel mindere kwaliteit dan de bouwsels zelf. Het staalharde graniet met een hoog gehalte aan kwartskristallen dat veelal werd gebruikt in onder andere de Gizeh piramides heeft een hardheid van 7 op de (hardheids)schaal van Mohs. De farao’s leefden in het bronzen tijdperk. Het meer complexe smelten van ijzer was nog niet bekend. Met deze bronzen voorwerpen (met een iets mindere hardheid als het graniet zelf) is het onmogelijk om – ook nog met spierkracht alleen – een stuk steen van 70.000 kg uit een rotswand te zagen en het in werkelijk perfecte vormen, hoeken en gladheid te schuren. Onderzoekers die graag vanuit een open geest redeneren, en simpelweg naar feiten kijken, hebben onwaarschijnlijk veel aanwijzingen gevonden van machinaal geprepareerde zaagsneden en boorgaten in granieten stenen.
Zelfs met onze huidige technologie – diamantboren – zouden we moeite hebben dit te realiseren. De Khemetianen hadden dus toegang tot hoogwaardig materiaal en energie. Energie? Het lijkt er op dat veel van dit graniet wat gebruikt is energie stoten heeft ontvangen en daardoor mogelijk wat makkelijker te bewerken is geweest. Het lijkt wat versmolten te zijn. Komen we later nog op terug als we gaan behandelen wat de Grote Piramide van Gizeh waarschijnlijk voor doel had. Behalve energie- en muziek stralen uitzenden in de nachtelijke hemel.
Het wordt algemeen veronderstelt dat er vele beschavingen voor ons deze aarde hebben bewoond. Met superieure technologie en kennis. Door enorme rampen werden deze beschavingen weggevaagd en werd de kennis langzaamaan vergeten. We zijn een soort dat graag vergeet. Waarvan akte.
De farao’s hebben vele bouwwerken simpelweg geleend voor eigen eer en glorie, omdat deze bouwsels er simpelweg toch al waren. De Piramide van Cheops (de Grote Piramide) bevat werkelijk geen enkel hieroglief binnen of buiten. Toch vreemd als jij als Cheops zijnde dit monument hebt laten bouwen als jouw praalgraf. Zou je daar latere generaties niet over willen vertellen? Latere farao’s decoreerden hun graven wel uitgebreid met teksten. Deze graven werden dan ook gebouwd in hun eigen tijd.
Toen Napoleon Bonaparte Egypte (Khem) innam tijdens een expeditie in 1798, gaf hij opdracht aan zo’n 150 wetenschappers en kunstenaars om alles vast te leggen van dit fameuze, mythische land. De bevindingen werden gedurende 20 jaar tijd gepubliceerd in het tijdschrift “Description de l’Egypt.” De Franse invasie ontketende een enorme interesse vanuit Europa in dat oude gekke land met die maffe farao’s.
De stoet Fransen ging in 1798 aan de slag op het Gizeh plateau. Waar de grote piramiden staan. En vele bijgebouwen. En de sfinx. De sfinx echter was nauwelijks nog zichtbaar en moest helemaal worden uitgegraven. Het woestijnzand had in de eeuwen daarvoor het zicht aan de sfinx onttrokken. Het mocht niet baten, want al snel verdween de sfinx weer onder het zand. Alleen het hoofd stak boven het zand uit (zie foto rechts uit 1867 versus foto links de huidige situatie). Het ding zat voortdurend onder het zand. Toen de Griekse historicus Herodotos rond 500 BC Gizeh bezocht, maakte hij geen melding van de sfinx. Na restauratie van de sfinx tijdens de Romeinse overheersing verdween hij weer onder het zand.


De Franse expeditie trok meer onderzoekers aan. Elk historisch onderzoeker wil graven. Zo werd de Rosetta steen gevonden waarmee eindelijk de hierogliefen vertaald konden worden. Nu ja, oppervlakkig dan. Een tekening zegt meer dan 1000 woorden.
Egyptologen die graag het verhaal in stand houden dat hun voorouders het beste van het beste hebben voortgebracht in onze geschiedenis, blijven beweren dat farao Khafre/Chefren – de zoon van Khufu (Cheops) – de opdrachtgever voor de bouw van de tweede Gizeh piramide was in 2500 BC. De zoon van Chefren, Menkaoera (Mykerinos), is volgens hen de bouwer van piramide nummer drie. Zo vader-zo zoon moeten de Egyptologen hebben gedacht. Een generatie van wereldwonder-bouwers.
De vele expedities en opgravingen bij Gizeh in het begin van de 19de eeuw brachten de droomstele van Thutmoses IV aan de oppervlakte. Deze werd gevonden ergens in de buurt van de sfinx en dateert van duizend jaar na het Oude Rijk: toen het illustere trio Khufu, Chefren en Menkaoera leefde. De inscripties op die stele waren al zwaar beschadigd en melden ergens in de tekst…Khaf…. Een of andere Egyptoloog heeft er simpelweg -re aan toeverzonnen. Dan stond er tenminste Khaf-re. Op basis daarvan menen Egyptologen dat de sfinx dus gebouwd moet zijn door Khafre.
Zo werkt wetenschap. Althans de wetenschap die ons wereldbeeld nog steeds overheerst. Darwin spreekt een vermoeden uit dat mensen van apen afstammen: boem, het moet waar zijn. Ook al is er nul bewijs. Dit geldt ook voor de Egyptologie. Geen enkel bewijs gevonden van een mummie of begrafenisritueel in de Grote Piramide: boem, het is een praalgraf.
Onbegrijpelijk. Ego zit hier in de weg.
De droomstele verhaalt over een droom van prins Thutmoses IV in de tijd dat zijn vader farao Amenhotep II (1453-1419 BC) aan de macht was. In die droom wordt verteld dat de “leeuw van Gizeh” voor het grootste deel verscholen is in de golven van de woestijn en dat als hij deze weer toonbaar maakt, hij later farao zou worden.
Zoals vastgesteld: de sfinx heeft dus vaker verstoft onder het zand haar geheimen bewaard. Er lag wel meer verstopt onder dat zand.
De stele van Khufu’s dochter – ook gevonden in de 19de eeuw – en gedateerd rond de tijd van Khufu, vermeldt dat Khufu de Isis tempel (die zich op het Gizeh plateau bevindt bij de piramiden) heeft gevonden. Onder het zand. Dus die was er al heel lang. Al zo lang dat hij en zijn voorgangers blijkbaar niet eens meer wisten uit de overlevering dat ie bestond.
Gizeh is al veel langer een erg belangrijke plaats.
Waar ik waarde aan hecht zijn de bevindingen van mensen die met open blik op locatie op onderzoek uitgaan. Ik noem hier Brian Foerster, Stephen Mehler, Robert Schoch, maar er zijn er nog veel meer, die met hun kennis en vaardigheid van geologie, materialen en dynamica met oog en hand onderzoek doen naar gebouwen, steen en artefacten. Zij beschrijven in veelvoud het bewijs van hoogtechnologische sporen op en in deze bouwwerken. Ze komen later nog aan het woord. Verschillende onderzoeksgroepen hebben getracht – wederom op locatie – een kleine weergave van de piramides van Gizeh te maken. Met de huidige technologie. Het lukte ze niet. Niet in de verste verte. Het bleek onmogelijk – op micro schaal – perfect gladde blokken graniet uit te zagen en op een dusdanige wijze op te bouwen dat alle naden perfect op elkaar aansluiten. De naden van de blokken graniet van de piramides zijn zo perfect: daar past je bankpas niet eens tussen. Laat staan dat het onmogelijk bleek de micro piramide zo te positioneren dat ze perfect op de kardinale windstreken konden worden georienteerd zoals het geval is voor de echte macro piramide. En dan hebben we het nog niet eens over de ontelbare wonderlijk nauwkeurige, mathematisch ongelooflijke bizarheden aan de piramide zelf.
Zo heeft de Grote Piramide niet 4, maar 8 zijdes. Alle 4 de zijdes lopen een halve tot 1 graad naar binnen in het midden. Van basis tot top. Aan alle vier de zijdes precies evenveel. Dit is alleen zichtbaar vanuit de lucht en alleen op bepaalde dagen wanneer het zonlicht vanuit een bepaalde hoek op de zijdes valt. Dit werd dan ook bij toeval ontdekt, in 1940, door een piloot van de Britse luchtmacht. Later bleek dat de Franse onderzoekers het ook al was opgevallen maar alleen door simpelweg metingen te verrichten.
We komen later nog terug op Gizeh en haar sfinx. Het is belangrijk. Ik vermeld niet voor niets dat er van alles gaande is daar momenteel. Het werk van Robert Schoch heeft al aangetoond, aan de hand van water erosie sporen op de sfinx, dat deze dateert uit minstens 10.000 BC. Mogelijk heeft de zondvloed – die rond die tijd heeft plaatsgevonden – sporen nagelaten. De Grote Piramide, het hele complex, alles dateert van ver voor dat Khufu of Menes aan de macht kwamen.
Het is waarschijnlijk 50.000 tot 100.000 jaar oud.
We zullen nog zien dat de Sumerische beschaving melding maakt van technologieen en bezoeken aan Aarde van Njeter van miljoenen jaren terug. We zijn hier al heel lang. En we hadden hulp.
Geef een reactie