Het leven van de historische figuur Jezus blijft mij fascineren. Jammer dat er zo veel aan het originele werk gesleuteld is door de Kerk om er hun eigen bestaansrecht aan te kunnen ontlenen. De kans is 0,25% (1:365) dat Jezus – ervan uitgaande dat er een historische Jezus was – daadwerkelijk geboren is op 25 december. Waarom vieren we het dan? De astronomie biedt zoals zo vaak uitkomst.
Het aanbreken van 21 december, de kortste dag, werd al in lang verloren tijden gevierd. De dagen zouden namelijk daarna weer gaan lengen en de aarde zou langzaam weer ontwaken tot in de lente. Voedsel, warmte, bloemetjes en bijtjes op komst.
De Egyptenaren waren al op de hoogte van astronomische schommelingen. De sterrenhemel verschuift elke nacht een klein beetje ten opzichte van de dag daarvoor. Deze hemelkalender werd bewaakt door de farao. Die moest er voor zorg dragen dat de hemelse muziek en orde nauwkeurig in de maat bleven. Daar komt de Godin Ma’at, BFF van de Farao, om de hoek kijken.
In hun astronomische vastlegging was er veel aandacht voor de zon (hun zonnegod Re of Ra) en de sterrenstelsels Orion en Sirius (zoals we weten de samengeperste vorm van de mannelijke en vrouwelijke energie in dit zonnestelsel). Orion was hun god Osiris, de godin Isis was Sirius. Hoewel broer en zus, kregen ze een zoon: Horus. Later geadopteerd door de Rooms Katholieken die er hun eigen verhaal van maakten.
De zon en de sterrenstelsels dansten om elkaar heen in vaste patronen en waren veelbetekenend voor de Egyptenaren. De zeer strakke synchroniciteit van de opkomst van Sirius en de zon markeerde op een vastgestelde dag het moment dat de Nijl buiten haar oevers trad, daarbij een vruchtbaar land achterlatend in de Nijl Delta. Iets wat de Egyptenaren, wonend in hun woestijn, goed uitkwam. De farao had daarmee een belangrijke taak.
Mocht je meer willen weten dan verwijs ik graag naar het werk van Robert Bauval.
Drie dagen voor Kerst, op 21 december, is het winter solstitium. Solstitium is afgeleid van de Latijnse woorden Sol (zon) en Sistere (stil staan). De kortste dag. Vanaf de aarde bezien lijkt de zon bij opkomst van 21 tot 24 december – drie dagen – stil te staan op een laagste punt aan de horizon. De zon staat – of huist – tijdens die drie dagen vlakbij de constellatie Crux (kruis).

Op 25 december echter worden de dagen weer langer omdat de zon (sun) of zoon (son) dan iedere dag hoger rijst terwijl hij langzaam opschuift richting het Noorden. Het Noordelijke halfrond van de aarde wordt daarmee weer in het zonnetje gezet en bereidt zich voor op de komst van de lente. Dit alles was al ver voor onze jaartelling bekend. Religies of culturen wereldwijd waren uitsluitend zon, ster of maan religies. De zon was het licht, de brenger van leven, zonder zon geen leven. Na uitbundige zomers en een langzaam verval in de herfst, stierf de zon beetje bij beetje om op het winter solstitium van 21 december daadwerkelijk de geest te geven, niet meer te bewegen, drie dagen lang aan het kruis te hangen om weer herboren te worden op 25 december! In een stal? Eerder in de hemel.





















